Review Alcatraz Hard Rock & Metal Festival 2018: zaterdag 11 augustus

Datum: 
zaterdag, 11 augustus, 2018

Alcatraz Hard Rock & Metal Festival breidt uit. Deze editie toonde opnieuw een groeitendens. Nog meer bands verdeeld over drie dagen en een grotere en vernieuwde Prison stage (de Alcatraz main stage) waar bands als Epica, Dimmu Borgir en headliner Limp Bizkit een heuse show opzetten. Lees het verslag van de tweede festivaldag.

De dag ging al extreem vroeg van start met Fozzy, om 10:45. Maar liefst 40 minuten speeltijd kreeg de eerste band, lang niet mis. Deze band kennen we het best van de frontman, worstelaar Chris Jericho. Ze spelen hardrock met vleugen heavy metal en stonden ook nu garant voor een leuke opwarmer. We zagen het laatste deel van hun optreden en bemerkten vooral dat het voor de meeste festivalgangers nog veel te vroeg op de dag was. Fozzy liet het echter niet aan hun hart komen en speelde met veel genot en een typische Amerikaanse flair. Het was overigens niet de eerste keer dat Fozzy op Alcatraz Hard Rock & Metal Festival speelde. Ze presenteerden hun nieuwste album Judas. Niet slecht maar zeker geen blijvende indruk.

Om verder wakker te worden, kregen we als brunch Crisix voorgeschoteld. Je kan wel zeggen dat we er wakker van werden. Thrash metal, met schijven als The G.M.M was het al snel bring’em to the pit. De gasten van Barcelona lieten er geen gras over groeien en tijd om uit te kateren was er zeker al niet bij. Ze brachten een stevige sfeervolle set en hadden veel interactie met het publiek. Aan circlepits was er geen gebrek. Wat Crisix siert en extra leuk maakt is dat ze geen schrik hebben om zelf in de pit te kruipen. Bij een van de laatste circlepits besloten de twee gitaristen zelf in het publiek te kruipen en kon je ze zien zitten in de nek van twee fans die meeliepen. Crixis = FUN.

Zou je niet denken dat bands met de ervaring en reputatie zoals die van Armored Saint een iets hogere plaats op de affiche verdienen dan het middaguur op een zaterdag? Zeker als je weet dat deze band al meedraait sinds 1982 en dat zanger John Bush (toch al bijna 55 ondertussen) nog steeds over één van de meest fantastische heavy metal voices allround beschikt. De heren vroegen zichzelf blijkbaar ook af wat ze daar op dat uur stonden te doen want het was eigenlijk vooral Bush die er nog het meeste zin in leek te hebben. De belangstelling van de aanwezigen voor de Prison stage op dat moment was helaas ook niet meteen de meest energieke van de dag. En dan moest de zon zelfs nog echt beginnen schijnen… Muzikaal gezien kunnen we hier weinig commentaar op geven, in hun korte set trokken de heren een stevig blik van hun allerbeste songs open die al begon met March of the Saint. Van het meest recente album Win Hands Down kregen we enkel het knallende titelnummer te horen. Halverwege de show leken ook de muzikanten wat beter opgewarmd en kwam er meer schwung in het geheel. Als afsluiter kregen we Can U Deliver te horen. Can U Deliver? Ja, uiteindelijk deden ze dat wel maar toch blijven wij denken dat op een later tijdstip en met iets meer speeltijd er bij Armored Saint zeker meer had ingezeten.

Battle Beast, een Finse heavy metalband die ondertussen al aan hun vierde album toe zijn. Het is niet zomaar klassieke heavy metal, de zang wordt verzorgd door een Finse dame, Noora Louhimo. Nog steeds verbazend hoe deze vrouw zo goed kan zingen en springen tegelijk. Ze begonnen hun set met Straight to the Heart en al snel was iedereen al Out of Control nog voor ze dat nummer speelden. Iets slecht valt er ook niet echt over te zeggen. Naast nieuwe nummers van het album Bringer of Pain, brachten ze ook de golden oldies, Let It Roar, Out of Control, Black Ninja, ... al bij al een super show.

De Britten van Orange Goblin mochten op Alcatraz Hard Rock & Metal Festival hun negende langspeler The Wolf Bites Back aan het publiek voorstellen. Ook aan deze kant van de plas zit het goed met de populariteit van Ben Ward en co. Getuige hiervan de uitgelaten sfeer tijdens het optreden van de Londense groep. Het mag dan niet de meest voor de hand liggende muziek zijn om op te moshen, de aanwezigen dachten hier duidelijk anders over. Had het enthousiasme van het publiek een positieve uitwerking op de muzikanten of was het omgekeerd? Hoe dan ook: Orange Goblin slaagde erin om te overtuigen! Kwamen onder meer aan bod: The Filthy and the Few en het titelnummer van het meest recente album.

Het overlijden van Lemmy Kilmister betekende het onvermijdelijke einde van Motörhead. Gitarist Phil Campbell had echter nog geen zin om het muzikantenbestaan de rug toe te keren. De Brit schakelde de hulp van diens drie zonen in en richtte een nieuwe groep op, toepasselijk Phil Campbell and the Bastard Sons genaamd. Naast eigen werk wordt op het podium eveneens uit het repertoire van Motörhead geput. Zo werden op Alcatraz Hard Rock & Metal Festival ondermeer Rock Out, Going to Brazil, Born to Raise Hell (met gastbijdrage van Fozzy-zanger Chris Jericho) en Ace of Spades gebracht. Lang niet slecht maar uiteraard slaagt Neil Starr er geen seconde in om Lemmy te doen vergeten. Het eigen materiaal mag er bovendien gerust zijn. nummers als Big Mouth of Dark Days zijn simpelweg goede rocknummers. Of de groep zonder de aanwezigheid van Campbell op evenveel bijval zou kunnen rekenen, durven we in twijfel te trekken. Dit laatste neemt echter niet weg dat het vijftal er zonder problemen in slaagt om een sterke podiumprestatie neer te zetten.

Eigenlijk waren wij super benieuwd naar het optreden van Solstafir. Het plaatwerk van deze post metallers wist ons al menig album te bekoren maar ik had nog nooit de eer hen live bezig te mogen zien. Laat ons zeggen dat we toch enigszins op onze honger zijn moeten blijven zitten. Dat lag zeker niet aan de band en eigenlijk ook niet aan het publiek. Laat ons zeggen dat de songs van Solstafir meer een Ijslandse kilte en duisternis uitstralen en daarom misschien minder geslaagd overkomen in een tent vol zwetende lijven waar waarschijnlijk meer mensen beschutting komen zoeken tegen de brandende zon dan om echt te komen luisteren naar de muziek. Toch deden de heren van Solstafir meer dan hun best om er een goed optreden van te maken. De band speelde technisch top gewoon en ging er vol voor. Het enige woord Ijslands dat ik spreek ik Björk, dus ik heb er geen flauw idee van welke nummers ze allemaal speelden. Sommigen herkende ik, andere dan weer totaal niet maar dat is eigenlijk ook niet zo heel belangrijk. Een aspect van de muziek van Solstafir, namelijk de rustpunten in hun nummers die op plaat zo beklijvend zijn, zetten in dit decor meer een domper op de vaart van het optreden. Het was dus eigenlijk meer de hitte die van de doortocht van Solstafir jammerlijk genoeg een beetje een gemiste kans maakte.

Het minste dat we kunnen zeggen van de programmatie deze zaterdag was dat het een gevarieerd aanbod was op de Prison stage. Na de rock ‘n’ roll van de familie Campbell en voor het symfonisch geweld van Epica en Dimmu was er tijd en ruimte voor de gepolijste melodische hard rock van Mr. Big. Dit is zo’n grote band waarvan het individuele talent van elk van de leden an sich buiten kijf staat. De combinatie op het podium van de vier muzikanten klinkt muzikaal ook absoluut af. Jammer genoeg en om onduidelijke reden hebben ze maar één gigantische wereldhit (en ook nog ergens een halve) op hun naam staan. Momenteel toeren ze rond met hun laatste album Defying Gravity onder de arm. Ook al stond er veel volk voor het podium, de mensen reageerden nogal mak vonden wij. Het was misschien toch niet echt een publiek voor deze band. Laat het ons zo zeggen, wanneer wij de patches op de talloze jacks bestuderen hebben wij daar nog nooit een Mr. Big patch opgemerkt. Eric Martin en de zijnen lieten het niet zichtbaar aan hun hart komen, er was ruimte voor elk lid om zijn technisch kunnen te etaleren en er werd ook tijd gemaakt om de onlangs overleden drummer Pat Torpey te eren. Maar zelfs bij Wild World (die halve wereldhit) en To Be With You (die hele) was het applaus maar matig te noemen.

Municipal Waste, een bangelijke thrash metalband van Amerika. En aan hun banner te zien niet echt fans van President Trump. "The only walls that we build are walls of death". De ene circlepit na de andere kwam er aan en Municipal Wast was gonna fuck you up. Niet alleen het publiek had een bezigheid tijdens de show maar voor de security hadden ze ook een kleine verassing. Na de talloze circlepits werd het in de plaats van een wall of death, een wave of death. En deze had toch wel een aantal deelnemers. En set vol bier, politieke kritiek en boze magiërs, daar zeggen we geen nee tegen!

En toen was er Epica. Van een heel ander kaliber dan zowat elke andere band die we al op Alcatraz gezien hebben. Na Battle Beast de tweede band met een frontvrouw, maar in plaats van heavy metal speelt Epica symphonic metal en ook dat is amper te vinden op Alcatraz. Een gewaagde zet misschien, maar niet zonder succes. Overal waar Epica komt, maken ze er een uitstekend optreden van. Onverwacht kregen we zelfs veel crowdsurfers over onze hoofden. Epica bracht een gevarieerde setlist maar legde toch vooral nadruk op de laatste twee albums. Met het snelle Edge of the Blade vingen ze aan. Ze schuwden echter de zachtere nummers niet, zo kregen we Dancing in a Hurricane en oldie Cry for the Moon te horen. Opvallend was wel de sterke aanwezigheid van grunter Mark Jansen, perfect voor een festival als Alcatraz tussen al die zware bands. Natuurlijk liet Simone Simons haar fluwelen stem schellen over de hele weide, met succes. Al beoordelen we enkele opgehitste West-Vlaamse mannen met kreten als “hiete rosse”. Over West-Vlaams gesproken, dit was haast een thuismatch voor gitarist Isaac Delahaye, die op het einde het publiek in het West-Vlaams toesprak. Hij sprong van het podium en begroette de eerste rijen, terwijl toetsenist Coen Janssen met zijn mobiel keyboard even ging crowdsurfen. Met het machtige Consign to Oblivion werd geëindigd, die in een heuse wall of death resulteerde.

Het was even wennen aan de sound van DevilDriver hierna. Van symfonische metal naar loeiharde groove metal. Loeihard is slechts een understatement, wat-was-dat. We liepen vlak na het optreden van Epica de tent binnen en hoorden al de intro van DevilDriver’s End Of The Line. Een eerste nummer waarbij het publiek al zodanig opgefokt was dat de moshpit losbrak en de eerste crowdsurfers over de hoofden gingen. Tot halverwege de tent stond het publiek gewoonweg niet stil, dit moet een van de meest actieve optredens op heel Alcatraz geweest zijn, samen met Municipal Waste. Nummer na nummer werden er massaal mensen in de lucht gehesen en stond die moshpit maar niet stil. Grinfucked, Cry For Me Sky, Before The Hangman’s Noose, I Could Care Less, Clouds Over Califarnia, … DevilDriver kwam, zag en overwon. Als afsluiter riep zanger Dez Fafara op tot een mega wall of death en die kreeg hij ook, van bijna tot aan de uiteinden van de tent stormde de massa op elkaar af op de tonen van The Mountain.

Kon dit overtroffen worden? Moeilijk. Dimmu Borgir was opnieuw van een heel ander genre en binnen hun context waren ze ook heer en meester. De zon ging gedurende het optreden onder, Dimmu bracht de duisternis naar Alcatraz. De meesters van de symphonic black metal zijn eindelijk terug met een nieuw album genaamd Eonian en schoten uit de startblokken met twee van die nieuwe songs: The Unveiling en Interdimensional Summit. Dan pas ging het hek echt van de dam, met de blastbeats van The Chosen Legacy en de duisternis van The Serpentine Offering. Dat laatste kreeg live een licht andere gitaarmelodie en de zang van ICS Vortex (Ex-Dimmu) was vervangen door een opgenomen koor. Vlammen en vuurwerk was alom tegenwoordig als antwoord op de opdoemende duisternis. Zo ook een knal met vuurwerk bij Gateways. Zanger Shagrath verkondigde dat het de 25e verjaardag van Dimmu Borgir is en dat vierden ze met de wel heel melodische song Dimmu Borgir. Deze laatste twee songs zien we liever toch verdwijnen uit de setlist en vervangen door bv. oude knallers als Vredesbyrd, Kings of the Carnival Creation of Blessings Upon the Throne of Tyranny. Gelukkig kregen we wel de hit Puritania (al was dit een ingekorte versie) en lieten ze hun demonen uit met IndoctriNation.

De band ging even het podium af om een andere outfit aan te trekken, maar dan tijd om Eonian nog eens in de schijnwerpers te zetten: Council of Wolves and Snakes met een prachtige vuurshow en Archaic Correspondence. We kregen nog het prachtig gebrachte Progenies of the Great Apocalypse en afsluiter Mourning Palace te horen. Kort samengevat: Dimmu is back!

Wie dacht al een hoogtepunt gehad te hebben, had het mis. We willen geen afbreuk doen aan bv. Municipal Waste, Epica, DevilDriver of Dimmu Borgir, maar het optreden van Satyricon kon niet overtroffen worden. Ze waren terecht de headliner van de Swamp stage en toonden elke black metal band hoe het moet. De intensiteit die de band voortbracht met hun muziek was fenomenaal. De rauwheid kwam perfect over in de tent. Midnight Serpent gaf een eerste stoot op de hellepoorten, jammer genoeg werkte de microfoon van zanger Satyr nog niet, maar het euvel werd snel verholpen. De duisternis hield aan met Our World, It Rumbles Tonight. Nog een rauw maar eerder rustig Satyricon nummer. Black Crow on a Tombstone bracht de eerste intensiteit tot uiting. Samen met het publiek scandeerde Satyr het refrein.

De prestaties van de hele band hield een heel optreden hetzelfde niveau aan, en dat was torenhoog. Frost gaf een drumsolo die werd opgevolgd door het machtige Now, Diabolical, nog zo’n schot in de roos. De poorten tot de hel waren nu wel degelijk geopend en Satyr droeg er een toepasselijke song aan op: To Your Brethren in the Dark. Met het sfeervolle Mother North (inclusief geweldig woo-ooh-ooh meezingmoment) had Satyr niet veel nodig om het publiek nogmaals mee te krijgen. Hij greep vervolgens ook naar de gitaar en ze brachten The Pentagram Burns. Nog een laatste keer werd er hard gebeukt met het furieuze Fuel For Hatred en de grote hit K.I.N.G. sloot een magnifiek optreden af. De band kwam samen en boog vol respect naar het publiek, dat de band vol lof toejuichte. Alcatraz kon wat ons betreft hiermee eindigen, met een laaiend succes.

Op die manier hoefden we Limp Bizkit tenminste niet nog eens mee te maken. De band heeft misschien nood aan vers geld, want de laatste jaren toeren ze opnieuw hevig door onze contreien. Het smakeloze optreden op Graspop Metal Meeting werd hier gewoon nog eens overgedaan. Deze keer was zanger Fred Durst volledig gehuld in bloemetjeskleed. Zijn aandacht zou beter gaan naar zijn zangprestatie in plaats van zijn looks, want al bij de start van het optreden schoot zijn stem al uit tijdens zijn allereerste uitleg. En die praatjes, die kwamen er vaak, te vaak. We hadden een leegloop op de weide verwacht maar er was wel nog redelijk wat volk en ook actief. Hoeveel personen er daar echter nog nuchter van waren is een vraagteken.

Maar goed, Limp Bizkit draaide op Alcatraz (en elders ook) niet om de muziek, maar om entertainment. De vele op niets slaande praatjes van Mr. Durst terwijl Wes Borland dan maar wat op zijn gitaar zit te pingelen, de stukken eigen nummers (My Generation, Rollin’, My Way) en covers van The White Stripes, Metallica en Rage Against The Machine, we vonden het maar niets. Niet alles was kommer en kwel, de band bracht wel een mooi uitgevoerd Behind Blue Eyes. Ter entertainment werd er ook een grote plastic eend in het publiek rondgegooid, die uiteindelijk op het podium belandde. Fred Durst ging daarop zitten bij My Way. Daarna kregen we de zowat slechtste cover ooit van Nirvana’s Smells Like Teen Spirit te horen en zowel Fred als gitarist Wes Borland sprongen in het publiek. Die laatste werd overigens door de externe security tegengehouden (geen mensen op het podium!), met veel geklaag natuurlijk achteraf. Limp Bizkit op Alcatraz, we willen het zo snel mogelijk vergeten.

Wat nog resteerde van het publiek, kon nog naar Ufomammut gaan kijken in de Swamp tent. Het uit Italië afkomstige Ufomammut bracht nog een intense set doomy stonerrock, bestaande uit dreigende, trage maar meteen ook zware gitaarmelodieën verweven met psychedelische effecten en weinig zang. Alcatraz deed het vorig jaar al met bands als Wolves In The Throne Room en Brant Björk, de stoner-gemeenschap wordt niet uit het oog verloren. Het was intens te noemen, een sfeer van Electric Wizard waarbij de muziek voor zich sprak. De rode lichten werkte die donkere sfeer op de Swamp stage alleen maar in de hand. Het was alsof je een LSD-trip doormaakte puur door de muziek. De tocht huiswaarts zou zwaar worden, maar de aanhoudende regenbui maakte ons gelukkig terug helder...

Lees ook de review van de eerste en derde festivaldag.

Categorie: