Review Lokerse Feesten 2018 dag 3: metaldag

Datum: 
zondag, 5 augustus, 2018

Lokeren kleurde opnieuw zwart. Dat is ondertussen jaarlijkse gewoonte. Het is ook haast jaarlijkse gewoonte dat die eerste zondag van de Lokerse Feesten bloedheet is. Zo ook deze keer, de thermometer duidde begin de 30° aan. Al om 4u in de namiddag werd het startschot gegeven van de metaldag.

Wie beter om een publiek in actie te krijgen dan Diablo Blvd? Vorig jaar was deze eer weggelegd voor Fleddy Melculy, ook een band van eigen bodem. Zij slaagden daar meesterlijk in met hun bifiworsten en brood. Minder fratsen bij Diablo Blvd, zij moesten binnen 30 minuten het publiek warm krijgen voor de verdere avond met hun muzikaal talent. Het zou een van de laatste optredens van de band worden. Nog een paar festivalshows en een allerlaatste zaaloptreden in de AB, dan zit het er op voor Diablo Blvd. Meepikken die laatste optredens is dus de boodschap.

Frontman Alex Agnew had zelfs in deze hitte een jeansvest en lange broek aan, wat een malle kerel toch. Hij spotte met het Lokerse publiek dat aan het kreunen was onder de hitte van de zon. “De janeterij heeft lang genoeg geduurd”, aldus de frontman, al bij het derde nummer Demonize was het tijd voor een wall of death aan beide kanten van het terrein. Daar werd onmiddellijk gehoor aan gegeven. We hebben Diablo Blvd echter al beter aan het werk gezien (cf. Antwerp Metal Fest, Graspop). Het was nog vroeg op de dag en ondanks de hitte kreeg Alex niet iedereen mee zoals gebruikelijk. Niet dat het aan de prestaties van de band lag, al stonden ze er zeker in het begin vrij statisch bij. De aanwezigen deden wel stof oprijzen in de moshpit en klapten mee op nummers als The Future Will Do What It’s Told en songs als Sing From The Gallows, Rise Like Lions gingen er in als zoete koek (of eerder locatie-toepasselijk heerlijke paardenworst) maar het hoogtepunt kwam pas bij Black Heart Bleed. Daar was de band die zo vurig muziek maakt. Gitaristen Andries Beckers en Tim Bekaert kregen eindelijk een welgekomen energieboost. Maar plots was het concert afgelopen. De band liet nog een foto maken en verdween van het podium.

Tijd voor melodische deathmetal uit Gotenburg, Zweden. Neen, niet In Flames en ook niet Dark Tranquillity, wel die andere pionier: At The Gates. Vanaf het eerste nummer beukten ze er op los. De band liet horen dat ze nog steeds relevant zijn door heel wat nummers van de laatste twee albums To Drink From The Night Itself en At War With Reality te spelen. Die leken perfect te mixen met oude krakers als Slaughter Of The Soul en Blinded By Fear.

Ludiek aan het optreden waren woorden Nederlands die door zanger Tomas Lindberg geuit werden. De Zweed is ook thuis in Antwerpen en stak dat niet onder stoelen en banken, integendeel. Maar veel gepraat kwam er niet bij kijken, met snedige grunts en screams deed brulboei van dienst dat goed, in combinatie met de loeiharde en loodzware melodieën. De metaldag was nu pas echt ingezet. Het publiek moest zowaar afgekoeld worden, de organisatie haalde de tuinslang boven en besproeide de enthousiaste menigte met fris water.

Voor de diversiteit van de affiche van deze metaldag hadden de programmatoren van de Feesten ook de onvermoeibare tourmachine van hardcoregrootheid Hatebreed gevraagd om in Lokeren halt te houden. Energiek werd het podium ingenomen door frontman Jamey Jasta en zijn kornuiten en het duurde niet lang of de circle pits in het publiek werden ingezet. Het laatste studioalbum van Hatebreed, The Concrete Confessional, mag dan al van 2016 dateren, een nieuwe song kregen we nog altijd niet voor de kiezen gesmeten. En dus werd er keurig geplukt uit de hele discografie van de band uit Connecticut. Zoals we gewend zijn van Hatebreed stak in de geluidsbalans de ruige strot van zanger Jamey Jasta er bovenuit en vonden we de power van de andere instrumenten wat achterop hinken, maar dat kan ook liggen aan de geluidsnormen in Vlaanderen die een wall of sound verhinderen. Dit belemmerde Hatebreed niet om het publiek op sleeptouw te nemen en ondanks de hittegolf ongenadig te doen moshen en headbangen op hoogtepunten, verspreid over de set, zoals onder meer To The Threshold, As Diehard As They Come, This Is Now, Destroy Everything (al vroeg in de set ditmaal), Live For This, Last Breath en als slotnummer uiteraard I Will Be Heard. Hatebreed maakt samen met Kreator, Dimmu Borgir en Bloodbath deel uit van de European Apocalypse-tour die neerstrijkt op 30 november 2018 in de 013 en 4 december in de AB; Be there!

19:15, het moment dat de glamrockers van Steel Panther het podium bestegen en zich klaar maakten voor een wervelende show. Mischien was de hitte wel verantwoordelijk voor de lauwe reactie van het publiek. Maar de teksten en grappen van de bandleden zorgde ervoor dat de sfeer goed los kwam. Drummer Stix zorgde ervoor dat er genoeg gelachen kon worden met Lexi en Michael Starr. Waren de grappen van een hoog niveau? Nee. Als je de band ooit eerder gezien hebt, vertelden ze dan iets nieuws? Nee. Maar met een band als Steel Panther neem je het er graag bij, nummers als Community Property, Asian Hooker, Gloryhole en Death To All But Metal werden luidkeels meegebruld. De armen en bh’s vlogen talrijk in de lucht en tijdens 17 Girls in a Row werd een poging gedaan om het record van dames op één podium te breken. Maar alsof dat alles nog niet genoeg was, kwam niemand minder dan Ozzy Osbourne een nummer zingen! Ok, het was Michael Starr verkleed als Ozzy, maar ook al was het een parodie, Crazy Train klonk al jaren live niet meer zo goed. Al bij al kon de passage van Steel Panther samengevat worden als 'never change a winning formula'. Geweldige nummers, goeie grappen en blote borsten!

Waarom ze volgende keer niet eens als headliner boeken? Het Franse Gojira zegevierde, zoals ze op zo goed als elk optreden tegenwoordig doen. Daar zit het immense succes van de laatste plaat Magma voor iets tussen. De broeihaard die de Grote Kaai ondertussen was werd verder verhit met stoom en vuur. Opener Only Pain liet weten wat er verder te wachten stond: een stevige set van krakers van complexe metal, met een dunne lijn tussen loeihard en progressief. Stranded was hier een goed voorbeeld van, terwijl de vlammen de lucht inschoten.

Eindelijk konden we ook die opblaasbare walvissen in het publiek verklaren. Toen het nummer Flying Wales aanving, konden we de link leggen. Leuk bedacht door ongetwijfeld onze zuiderburen in het publiek. Even keerde de rust op de Grote Kaai terug, maar niet voor lang. The Cell en Silvera zorgden opnieuw voor veel rondzwiepende haren. Een uur lang wist Gojira het publiek in de ban te houden. Kunnen we eigenlijk een slecht woord neerpennen over de broers Duplantier en hun band? Moeilijk, al staan ze er misschien soms iets te statisch bij. Maar de beelden op het groot scherm achteraan maakten veel goed.

Gojira had als een “concasseur” de kaai platgewalst voor de metalgoden van Judas Priest. Geen oneffenheden dus voor Halford en co om hun status als pioniers van de zware metalen nog eens in de verf te zetten. Na hun meer dan degelijke passage op Graspop twee maanden geleden keek nu ook het Waasland met hooggespannen verwachtingen uit naar een een nieuwe lap metal, NWOBHM (New Wave Of British Heavy Metal) om precies te zijn. Dat 'new' staat al lang tussen haakjes natuurlijk. De kilometerteller gaat bij Priest richting 50 jaar. Geen gezeur dus over hoe de stem van Halford vroeger klonk. Wat hij nu nog aan uithalen produceert, kan tellen en doet geen afbreuk aan eender welke song uit het uitgebreide repertoire van de band. Het metalinstituut Judas Priest staat ook anno 2018 als een huis. Verrassingen vallen er niet te noteren, feestelijke metaltunes des te meer. Van opener Firepower, over oudjes Grinder en Sinner langs het epische Bloodstone tot het destijds verguisde Turbo Lover, één feest van herkenning, studs, vuisten en metalen plezier.

Rob Halford heeft in de loop van de jaren al wat over zich heen gekregen en dat is aan de man wel te zien. Enigszins gekromde rug, de ogen meestal gesloten en een plaatsje in het midden van de bühne opzoekend… De spotlights laat hij veelvuldig aan gitarist Richie Faulkner. Goed voor een rustpauze voor de zanger en een perfect moment voor de fotografen. Faulkner is immers niet alleen een begenadigd gitarist maar hij beheerst ook het hele gamma aan metalposes, inclusief de nodige bekkentrekkerij. Priest’s oorspronkelijke en legendarische gitaartandem is immers niet meer. Downing/Tipton behoren tot het verleden… of toch niet helemaal. Laatstgenoemde liet aan het eind van de show nog van zich spreken. Er wel bij als gitarist is producer Andy Sneap. Degelijk zonder meer en met een drummer als Scott Travis laat je natuurlijk ook niet snel een gaatje vallen. Met Freewheel Burning ging het tempo fors de hoogte in. You’ve Got Another Thing Comin’ luidde het antwoord en dat kwam er prompt met het obligate gebrul van een Harley. Geen rondjes op het podium meer voor Halford. Het stalen ros tot op het midden van het podium knallen volstond. Duizende kelen schreeuwden hun lijflied Hell Bent For Leather en schakelden nog een volume hoger voor de enige echte Painkiller versie van de avond.

De band bracht in Lokeren een haast identieke set als die in Dessel. Maar ook de Kaai ging voor de bijl van het vakmanschap van Priest en hun herkenbare legendarische songs. De bisronde werd het hoogtepunt voor de fans van het eerste uur. Gitarist Glenn Tipton kwam zonder boe of ba het podium op. Parkinson of niet, een Metal God krijg je niet zomaar klein. Breaking The Law, ook die van de dokter heeft Tipton gedacht om zich zowaar even naast podiumacrobaat Faulkner op te stellen. Respect, walk! Judas Priest liet de aanwezigen achter met één devies: Living After Midnight, Rocking to the Dawn… of je nu moe, ziek, blind of hartstikke gezond bent. "The Priest was back" en we aten metalen hosties uit zijn hand.

Living After Midnight had Judas Priest ons voorgehouden. En wie komt op dat onchristelijke uur echt tot leven? Juist! De Brides of Lucifer natuurlijk. Wie het niet (meer) aankon, had zijn slaapmatje/bed opgezocht. Toch bleef het plein gezellig vol op het satansuur om het metalproject van Koen Buyse (Zornik), Steven Kolacny en een deel van het Scala-koor de hellekrochten met hemelse gezangen en verschroeiende gitaarwerk te zien openbeuken. Dertien zwarte bruiden, twee gitaristen, bassist en drummer, demonische klokken en een dito orgel/synthesizer verzorgden het klankspel, een stalen loopbrug, strategisch geplaatste raisers en een uitgekiende lichtshow, met een overvloed aan steekvlammen zorgde dit alles voor het visuele spektakel.

Een sfeervolle intro leidde ons naar Symphony of Destruction dat luidkeels werd onthaald net zoals de daaropvolgende Dio klassieker Holy Diver. Poison en Painkiller (dat is durven zo net na het origineel!) kwamen minder goed uit de verf. Dat zal het discussiepunt zijn en blijven. Een machtige song omzetten in een meer orchestrale versie met koorzang en daarbij ook de energie capteren van het origineel is al een krachttoer. De energie en sfeer dan ook nog eens live overbrengen, dat is nog een andere zaak. Soms miste je de dreiging (Fear of the Dark), de brutaliteit (Walk) of het oergeluid van de stem (Roots) maar altijd stond daar een visueel schouwspel en een solide muzikaal geheel tegenover. Maar aan vergelijkingen ontsnappen kan niemand, zelfs geen bruid geboetseerd uit helleklei. South of Heaven (Slayer) met een Steven Kolacny op demonische stalen orgel/klokken en Engel (Rammstein), al gekend uit het Scala repertoire overstegen zichzelf wel. Het meest geslaagd vonden wij de versies van Warriors of the World (Manowar) en vooral Burn in Hell (Twisted Sister) waar de evilness (en ook wel de vlammen) van afdropen. Stijn en Koen zijn Behemoth fans maar moeten nog op zoek naar een stukje grilligheid voor hun versie van O Father O Satan O Sun. Het einde was wel weer om duimen en vingers bij af te likken. Chop Suey (System of a Down) en Duality (Slipknot) waren inherent stevig door hun opbouw en dat vertaalde zich toch iets makkelijker in een heftige publieksreactie. Daar lag vanavond het verschil met de eerdere passages op Graspop. In Dessel ging het publiek meer op in de songs, inclusief zingen en moshen, het Lokerse publiek helde over naar absorberen en genieten.

Ongetwijfeld zal dit Brides of Lucifer voor gemengde reacties blijven zorgen maar wij van GigView vonden dit toch alweer een bijzondere ervaring en een boeiende sfeervolle muzikale rondreis. We zijn ervan overtuigd dat deze band (laat ons dat benadrukken, dit is een band, niet zomaar een modieuze gimmick) zal blijven sleutelen aan de songs om ze live ten volle tot hun recht te laten komen. Een nummer van Gojira bijvoorbeeld zit in de pipeline. Daar zien wij ook een mooi huwelijk uit voortspruiten. En om de polytechnie/gamie van de Fransen te vatten, zullen 13 bruiden zeker nodig zijn!

We vergeten ook niet de nobele dj's van Goe Vur In Den Otto. Helaas in tegenstelling tot andere dj's die afsluiten op de Lokerse Feesten geen main stage plekje voor hen. Zij speelden gewoon van achteraan op het terrein al de hele avond lang tussen de bands door. Aan hen om nog een drie kwartier het overgebleven publiek te entertainen, en dat deden ze goed. Er werd gemosht, geheadbangd en zelfs gedanst tot half drie, wanneer verplicht de muziek moet worden stopgezet. Grappig feit, we hoorden veel nummers van de Brides Of Lucifer de revue passeren (Pantera, Slayer, Iron Maiden, ...). Maar ook andere grote hits van onder andere Papa Roach, Linkin Park, Municipal Waste enz. zetten de Grote Kaai nog een laatste keer op stelten met heavy gitaren. Zo zat de metaldag er op!

Bekijk ook het photo report.

Categorie: