Review Lokerse Feesten 2018 dag 6: Dropkick Murphys, Bad Religion, Turbonegro, Suicidal Tendencies, The Living End

Datum: 
woensdag, 8 augustus, 2018

Na de elektriciteitsproblemen, veroorzaakt door een zwaar onweer tijdens het optreden van Triggerfinger op dinsdag, zijn de Lokerse Feesten klaar voor de tweede 'zware' dag van deze editie. Zondag 4 augustus was het nog aan de metalfans, nu worden de punkliefhebbers op hun wenken bediend.

De eer om de punkdag van de Lokerse Feesten te openen was weggelegd voor de Australische Band The Living End. Alhoewel deze band al ruim 20 jaar bestaat, hadden ze nog maar zelden het genoegen gehad om in België op te treden. Bestaande uit leadzanger/gitarist Chris Cheney, drummer Andy Strachan en contrabassist Scott Owen. Waar het vorige zondag op de metaldag onmiddellijk volle bak was, moesten deze jongens het stellen met een klein halfvol plein. Het enthousiasme van het publiek was niet direct uitbundig maar naarmate de set vorderde zag je toch al geregeld de handen in de lucht gaan. Het repertoire van The Living End doet soms wat denken aan de oude Engelse punkbands (o.a. Buzzcocks) maar dan regelmatig doorspekt met een stevige brok rockabilly. Dit kan ook liggen aan het feit dat deze band (en dan voornamelijk zanger Chris Cheney) hevige fan is van The Stray Cats, vandaar misschien de voorliefde voor de contrabas die alom tegenwoordig was op het optreden. Ondanks hun toch al gevorderde leeftijd (geen bijbedoelingen) en hun lange loopbaan presenteerden ze toch een nieuw nummer Don’t lose it, of zoals Chris het zelf verwoorde “ A new song by an old band”. Als voorlaatste nummer kwam de sfeer er in met E Boogy en gaf Chris daar een solomoment op zijn gitaar met behulp van een flesje bier. Toegekomen aan het laatste nummer van de set bleek plots de tijd op en was dit meteen het einde van set.

Suicidal Tendencies is al bezig sinds 1980 en dat viel ook wel op aan het enige originele lid van toen. Mike Muir. De grootvader van de thrash wist met nummers als Free Dumb en Cyco Dance het publiek perfect te bespelen. Natuurlijk had hij de hulp van een geweldige band, waar de fingerslappende bassist het publiek heerlijk mee ophitste. De rare dansmoves van de zanger waren een beetje een stoorzender. Maar Dave Lombardo (ex-slayer) zorgde er wel voor dat iedereen in het juiste ritme kwam voor het hoogtepunt War Inside My Head, met als afsluiter een hele hoop fans uit het publiek op het podium.

Turbonegro, deze vrolijke bende uit Noorwegen, die wel houdt van een verkleedpartijtje (zo zagen we bijvoorbeeld een matroos, een boer die zo weggelopen zou zijn van een Amerikaanse ranch en zowaar de broer van Rammstein keyboardspeler Flacke (zelfde outfit en verschijning). Turbonegro was een verademing tussen al het punk en hardcore geweld en zij brengen een combinatie van hardrock, rock en punkrock en hebben dit genre omgedoopt tot Death Punk. Typisch voor een show van deze groep is de aanwezigheid van de Turbojugend. De wereldwijde fanclub, die ook in ons land vertegenwoordigd is. Zo zagen we fans uit Merksem, Balen en Genk. Er was zelfs een fan uit Fort McMurray, Canada aanwezig.

Na drie songs sprak The Duke Of Nothing het publiek toe dat het tijd was voor een oud nummer en zowaar kregen we Bohemian Rhapsody van Queen gevolgd door Get It On uit het in 1998 uitgebrachte album Apocalypse Dudes. Wat dan ook door het publiek zeer gesmaakt werd. Ondertussen gaf The Duke ook nog wat tips mee in verband met studeren en hoe leuk dit wel is, wat dan onmiddellijk de aanleg was voor de song Special Education. Als laatste nummer, I Got Erection (dat met medewerking van zowel de linkse kant van het terrein, gevolgd door de rechtse kant) kwam hun 50 minuten durende set tot een einde en zoals een topgroep past verlieten ze het podium op de muziek van Tina Turner – Simply The Best.

Wie we zeker niet wilden missen deze avond was Brutus in de Red Bull Electropedia Room (RBER). Na hun allesverpletterend optreden van vorig jaar kon dat niet anders dan opnieuw een voltreffer zijn. En ja hoor, opnieuw sloeg Brutus met hun muziek alles kort en klein. Hoewel… het publiek was opvallend rustiger dan voorgaande passage. Waar toen de moshpit niet stil stond, was dat nu om een of andere onverklaarbare reden niet het geval. Voor een laatste optreden van het jaar van de band mocht het publiek wel wat uitbundiger zijn. Wel zag je mensen zichtbaar genieten van songs als Justice De Julia II, Drive, Baby Seal en Bird. Stuk voor stuk intense nummers, zowaar nog intenser gebracht. En hoewel de zang van Stefanie deze keer af en toe oversloeg of niet voluit tot uiting kwam, daar gaven we niet zoveel om. De combinatie drum en zang lijkt ons sowieso maar voor een minderheid weggelegd. Het was pas bij grote hit All Along dat het publiek ein-de-lijk echt in actie kwam. De moshpit kon niet langer uitblijven en de ene persoon na de andere werd in de lucht gestoken. Maar toch te laat naar onze zin. Hadden we die moshpit dan maar zelf in gang moeten zetten vanaf het eerste of tweede nummer?

Wat kunnen we nog vertellen over Bad Religion dat nog niet gezegd is? Buiten het feit dat ze niet minder dan 25 nummers richting publiek smeten? Eerst werd het 30 jaar oude album Suffer integraal gespeeld. Mischien niet hun beste album maar met nummers Land of Competion en Delirium of Disorder nog steeds brandend actueel. Hierna was het tijd voor wat nieuw werk van de band, wat zeer gesmaakt werd door het publiek. Greg Graffin is niet de meest opvallende frontman, en zijn stem is ook niet meer de beste. Sorrow was precies het nummer dat iedereen op de kaai luidkeels kon meebrullen. Al bij al opnieuw een geslaagde passage van deze punkrockers.

Heel wat minder aanwezigen voor de melodische metalcore van Northlane in de RBER, nochtans geprezen als publiekstrekker. De Australiërs hadden er zin in, dat was zeker. Wat we te zien en horen kregen, was een energieke band die leven voor hun muziek. De breakdowns waren er knal op, maar soms met vreemde afwisselingen. Clean vocals en screams wisselden elkaar af, met gierende gitaren tot lome logge breakdowns. We appreciëren het enthousiasme (en de dansmoves van de zanger) maar ook wij zochten al snel een plekje op het grote plein voor Dropkick Murphys.

Ah en dan is het zover de Dropkick Murphys, The Foggy Dew van Sinead O’conner was het startschot. Gevolgd door een spervuur aan nummers, Captain Kelly’s Kitchen, The Boy’s are back en The Prisoner’s Song werden luidkeels meegebruld. En dan viel ineens iets op, er waren 2 zangers! Die hard fans herkenden direct Ken Casey, de bassist on vocals. Vanwege een auto ongeval begin dit jaar en een zware rug operatie, is hij een tijdje niet in staat om de bass te hanteren. Maar gelukkig is stage tech Kevin Healt er om de meubels te redden. De mix van folk en punk zorgde ervoor dat er niemand stil stond en iedereen zich heerlijk in het zweet danste. Al blijft het gemis van Spicy Mc Haggis zijn doedelzak toch groot. Toch weet de band te boeien tot de laatste noot. Afsluiten deed de band met Dirty Deeds Done Cheap. Maar dit optreden was toch alles behalve done cheap!

Categorie: