Review A Thousand Lost Civilizations @ Bruxhell

Datum: 
woensdag, 6 maart, 2019 tot zaterdag, 9 maart, 2019

Vier maartse dagen lang mocht ondergetekende het genoegen smaken om deelgenoot te zijn van het volstrekt unieke hoofdstedelijke festival A Thousand Lost Civilizations. Het muzikale vizier richtte zich daarbij voornamelijk op alle mogelijke zijtakken van de verrotte braamstruik der black metal met enkele gesmaakte uitlopers in al even blasfemische genres.  

Het concept

ATLC strekt zich uit over vier goedgevulde dagen of beter gezegd (voor)avonden. De scharnieren van de hellekrochten openen zich telkens krijsend en piepend rond de klok van vier om pas dicht te smakken ver na middernacht. De duivelse uitspattingen werden verder netjes verdeeld over twee locaties in Bruocsela (Broekzele, vandaag de dag bekend als Brussel). De eerste twee dagen des verderfs voltrokken zich in Atelier 210, huiverend in de donkere schaduw van de triomfboog van het Jubelpark. Voor dag drie en vier werd verhuisd naar het postapocalyptische industriële braakland van de kanaalzone alwaar Magasin 4 de creaturen van de nacht welkom heette.

Aan modernismen zoals dagtickets of VIP-arrrangementen doen de verdorven geesten achter ATLC trouwens niet mee. Wie deelgenoot wil worden van deze wanstaltige hoogmis engageert zich meteen voor de hele rit, enkel tickets voor de volle vier dagen passeren de toonbank. Deelnemers schrijven zich op voorhand in via digitale weg en de plaatsen zijn beperkt. De krap 500 beschikbare eenheden zijn binnen de vleugelslag van een raaf uitverkocht en de smeekbedes om teveel bestelde plaatsen opnieuw op de markt te brengen zijn legio. Tijdens het festival zelf geldt de identiteitskaart als ticket. Zowaar zien we plots een eenvoudige oplossing voor de huidige maffiapraktijken en zwendel met concerttickets.

Wat ATLC verder onderscheidt van de volgzame kudde is een zweem van esthetiek en misschien zelfs (gezond) elitarisme die rond het hele gebeuren hangt. Het artwork voor deze vierdaagse is indrukwekkend en kunstzinnig en bezoekers die van de gelegenheid gebruik maken om Brussel te verkennen krijgen het aanbod om onder de begeleiding van de organisatie tentoonstellingen te bezoeken die qua thematiek verwant zijn aan de duistere klanken die op het programma staan.

De locaties

Atelier 210 heeft ondertussen een stevige reputatie in het Brusselse concertcircuit maar het is voor uw nederige verslaggever de eerste keer dat hij dit pand in Etterbeek betreedt. Deze eerste kennismaking zou echter het begin van een mooie relatie kunnen zijn. De intimistische theaterzaal op de eerste verdieping waar de optredens doorgaan is achteraan voorzien van oude klapstoelen waar gretig gebruik van gemaakt wordt. Door het veelvuldig inzetten van -uiteraard- zwarte kaarsen op kandelaars en de strategisch geplaatste schedels krijgt de ruimte een bijna sacrale uitstraling die flirt met de grens tussen aantrekking en onbehagen. Dankzij de aparte bar en merchruimte en een ruime hal op de benedenverdieping kan de muziekliefhebber genieten van al het lekkers zonder gestoord te worden door achtergrondlawaai of onnodige lichtinval. Het geluid is hier deze twee eerste dagen trouwens nagenoeg perfect waarvoor hulde.

Enige minpunt is de temperatuur die helse hoogten bereikt. Wanneer een misverstand met de security er dan ook nog eens voor zorgt dat wie buiten wil niet meer binnen wordt gelaten besluiten een flink aantal rokers dan maar om binnen hun kanker te kweken (ter info: ik ben zelf een verstokt roker dus gelieve zure commentaren voor uzelve te houden) met als gevolg dat de atmosfeer ronduit verstikkend wordt. Al past dat uiteraard perfect bij het infernale concept. De kilo’s wierook die op het podium worden verbrand zijn voor sommigen de spreekwoordelijke druppel die de mestemmer doet overlopen en enkele tere zielen gaan zelfs van hun stokje.

Het contrast met Magasin 4 kan daarna niet groter zijn. De wat onderkomen hangar straalt een industriële koudheid uit die zich binnen verderzet. Waar gisteren en eergisteren de leren jekkers nog aanleiding gaven tot onbeheersbaar verlies van lichaamsvocht zie je dezelfde zweters nu dankbaar rillend hun jasje wat dichter trekken. De accumulatie van warme lijven zal de temperatuur daarna wel in de hoogte jagen maar een sauna wordt het nooit. Ook hier zijn alle zwarte kaarsen en korrels wierook uit heel Groot-Brussel aangesleurd om wat meer sfeer te scheppen maar dit doet nooit echt vergeten waar je bent: een uit de kluiten gewassen blikken doos naast een vunzig ruikend kanaal. Vreemd genoeg past die industriële sfeer evenzeer bij de gruizige klanken die we op ons bord krijgen als het warme rattennest van Atelier 210. Wel opvallend is dat de mensen achter de knoppen veel meer moeite hebben om het geluid zuiver te krijgen wat zal leiden tot enkele gemiste kansen (waarover later meer)

Aangezien de zaal uit slechts één grote ruimte bestaat is het minder evident om hier zonder (geluids)overlast gebruik te maken van de bar en aan de merchstand moeten de neringdoenders zich behelpen met zaklampen en telefoons om hun waar aan de klanten te slijten. Grootste slachtoffer is zonder twijfel het koppel dat hotdogs verkoopt. Waar ze Etterbeek nog lekker winddicht in de hal hun worsten verdeelden is men nu verbannen naar een koepeltentje op een braakliggend terrein naast de zaal, blootgesteld aan de elementen.

Het publiek

ATLC is duidelijk een evenement dat zich richt op een welbepaalde niche van het muzikale spectrum. Het gebeuren trekt dan ook een bijzonder internationaal gezelschap aan dat er door de standaarduitrusting (zwarte leren jas, halskettingen, zwarte T-shirts met onleesbare witte logo’s) echter bijzonder eenvormig, ja zelfs uniform uitziet. Toen de toren van Babel instortte onder Gods toorn en de bouwers gestraft werden door hun onderlinge communicatie te verstoren (de Bijbelse versie van hacken als het ware) moet dat ongeveer geklonken hebben zoals ATLC tijdens de ombouwpauzes. We horen Engels, Duits, Frans, Deens, Fins, Portugees, Spaans, Pools en Russisch in een klaterende mix van stemmen. Op het eerste gehoor hebben blijkbaar bijzonder weinig Noorderburen de weg naar Brussel gevonden. Aan u om te oordelen of dit strekt tot blijdschap of verdriet.

Onder het publiek ook opvallend veel vertegenwoordigsters van het betere geslacht. Blijkbaar is de erotische aantrekkingskracht van black metal groter dan die van pakweg thrash of death metal waar toch nog altijd de minder aantrekkelijke helft van de mensheid oververtegenwoordigd is. Wellicht zit Lucifer, de gevallen engel van vruchtbaarheid, liefde en licht, er voor iets tussen.

Een bijkomend voordeel van zo’n internationaal gezelschap, althans voor mezelve, is dat de meeste gasten van aan hun  hotel gebruik maken van het openbaar vervoer of de aloude voettram om zich naar de locaties te begeven waardoor de rabiate gebruiker van de wagen makkelijk parkeerplaatsen vindt op spuwafstand van de beide zalen. Leve de globalisering en fuck het klimaat!

De muziek

ATLC is een festival dat diep in de ondergrond delft naar de verborgen zwarte parels in de verdorven krochten van de meest blasfemische oerklanken der menselijke creativiteit. De affiche is dan ook een fijnproeversmenu voor de kenners van niet-commerciële muziek. Zelf pretendeer ik geen expert te zijn op dit gebied al reikt mijn beperkte kennis toch verder dan die van de gemiddelde metalfan maar ook ik doe elke festivaldag ontdekkingen en zie bands waarvan ik het bestaan niet vermoedde. Het is schier onmogelijk om elk optreden omstandig uit de doeken te doen, vooral gezien mijn legendarisch onvermogen om het beknopt te houden, dus heb ik gepoogd mij tegen mijn karakter in enigszins te beperken, met mijn excuses aan de bands.

Dag 1

Atelier 210 is al flink volgelopen als Hekte Zaren het podium betreedt. De Poolse met stevige wortels in Brussel weeft in haar eentje een duister tapijt aan elkaar van vocaal acrobatisme schipperend tussen wanhopig gefluister, gutturale uithalen en duister engelengezang. De vergelijkingen  met Diamanda Galas liggen voor de hand met dat verschil dat deze dame wel degelijk kan zingen.

Met Dikasterion betreedt de eerste Belgische band het podium met een vrij klassieke vorm van blackened death metal waarbij gierende gitaarstormen worden afgewisseld met galopperende ritmes. Echt origineel of verrassend is het niet maar het gezelschap kwijt zich met verve van hun taak en gezien het grote verschil met de eerste act hebben velen het gevoel dat ATLC nu pas echt begonnen is. België is trouwens goed vertegenwoordigd op de bill want vandaag zijn de helft van de acht bands op het programma ontsproten aan de eigen kleigrond.

Hagzissa is een vrij recent opgerichte band uit Oostenrijk met slechts één demo onder de kogelriem. Die demo is op cassette te koop vandaag, een formaat dat de volgende dagen zal bewijzen aan een onstuitbare retour bezig te zijn. Hagzissa serveert z’n black metal het liefst koud en rauw met hier en daar een riff die naar folk refereert. Meest opvallend is hun frontman die erbij loopt als een soort geflipte ninja op xtc. Al bij al een gesmaakt tussendoortje.

Ook Saqra’s Cult is  een Belgische band die vandaaag de vaderlandse eer hoog moet zien te houden. Tot mijn eigen schande moet ik bekennen dat dit mijn eerste kennismaking is met deze op de Inca-cultuur geïnspireerde formatie maar dit smaakt absoluut naar meer. Hoewel de band duidelijk de stempel van black metal draagt ontwaar ik hier en daar toch een riff die de zaden van Bolt Thrower in zich draagt, en dat is nooit een belediging uiteraard.

Goat Torment bestaat uit voornamelijk landgenoten die hun strepen al eerder verdienden in fijne kamerorkesten zoals Paragon Impure en Arkhon Infaustus en die ervaring is hoorbaar aanwezig. Achter de beschilderde en bebloede koppen gaan rasmuzikanten schuil die een flinke pot traditionele black metal serveren en niet te betrappen vallen op foutjes. Bijzonder appetijtelijk.

Na (alweer) een duistere intro en een soort openingsritueel is het aan de Amerikanen van Nexul om hun zwartgeblakerde black/death metal de zaal in te slingeren. Het diabolische gegrom en de simpele maar effectieve riffs slingeren ons terug in de tijd naar de begindagen van de Noorse black metalscène toen de nu legendarische bands  (Immortal, Mayhem, Darkthrone) nog volop zoekende waren naar een eigen geluid dat hen zou onderscheiden van de extreme muziek die kwam overwaaien van de Verenigde Staten. Nexul is rauw en compromisloos en zo hoort het.

De grootste verrassing vandaag is het Ijslandse Misthyrming. De verrassend jonge muzikanten zien er uit als brave schooljongens in hun witte hemden. Maar dan wel schooljongens die op weg naar huis een schaap de strot hebben overgebeten en daarna bedekt met bloed hebben liggen rollen in het stof van de Eyjafjallajökull. Wat een furie spreiden deze heren hier tentoon! Een razende storm van bevroren riffs waait door de zaal en is bij momenten zo overweldigend dat de adem benomen wordt. Door nu en dan wat dissonante klanken door hun geluid te weven krijg je als luisteraar een claustrofobisch ja zelfs beklemmend gevoel. Absoluut de ontdekking van de dag en de warme reactie van het publiek verraadt dat ik niet de enige ben die op slag deze band in het hart heeft gesloten. Fans van Deathspell Omega, Svartidaudi of Mgla weten waarnaartoe.

Afsluiter vandaag is Sabathan. De gelijknamige frontman, in het dagelijks leven ook bekend als Franck, is een roemrucht figuur in de Belgische extreme metalscène. Met deze nostalgieband focussen hij en zijn huurlingen zich voornamelijk op de twee eerste albums van Enthroned. Voor ondergetekende is dit niet meer of niet minder dan een tijdreis naar zijn jeugd. Ik was 16 toen ik via de schoolgenoten van Avatar (de black metalband, niet de circusattractie) voor het eerst van Enthroned hoorde dankzij de split met Ancient Rites, een jaar later volgde hun debuut ‘Prophecies Of Pagan Fire’. Enthroned maakte dus deel uit van de soundtrack van mijn puberteit. Afgaande op de licht grijzende koppen links en rechts van mij ben ik niet de enige veertiger die wel zin heeft in een ‘blast from the past’. Wel is het duidelijk dat al heel wat mensen Atelier 210 verlaten hebben, het zijn dan ook vooral de Belgische bezoekers die blijven hangen. Lord Sabathan en zijn kompanen zetten een degelijke set neer en zelfs het aloude vuurspuwen passeert de revue. We hebben vandaag straffere en betere bands gezien maar de bril van de herinnering en weemoed maakt dat we de kleine foutjes graag door de vingers zien. En zeg nu zelf, welke oude liefhebber van vaderlandsch heidens zwart metaal voelt zijn hart niet opspringen wanneer The Ultimate Horde Fights gezongen door de originele vocalist door de speakers knalt?

Dag 2

Een verkeersinfarct op het Meiserplein (place Misère) zorgt voor een frustrerende vertraging waardoor ik pas aan het einde van de set van Vortex Of End Atelier 210 betreed, T.O.M.B. heeft er ook al zijn set opzitten.

Adaestuo is de eerste band die ik vandaag echt tot mij kan nemen en het is meteen een flinke muzikale brok om te verteren. Het internationale gezelschap telt in hun rangen onder andere Amerikanen en Finnen en de Poolse zangeres Hekte Zaren die gisteren de debatten mocht openen. De klassieke elektrische gitaren en drums worden ondersteund door een batterij aan instrumenten die minder standaard zijn. We zien een contrabas, een viool en een arsenaal aan huisgemaakte slaginstrumenten. De mix van black metal, ritualistische ambient en barokke passages is behoorlijk overweldigend. Muzikaal bijzonder intensief en gedurfd maar een set van 50 minuten is misschien net iets teveel van het goede, gelukkig duwen ze op Shadow Pilgrimage even het gaspedaal in zodat we bij de les blijven. Niettemin bijzonder geschikte muziek om bij kaarslicht en met een goed glas rode wijn een horrorklassieker te herlezen.

Noorwegen en Italië verschillen qua cultuur en mentaliteit enorm van elkaar. Niettemin werkt de collaboratie van de Italiaanse drummer Omega en Noorse frontman Wraath wonderwel in het addergebroed genaamd Darvaza. De heren serveren een lekkere pot occulte black metal waarbij vooral het bereik van Wraath opvalt. Of de man nu krijst als een banshee, duister fluistert of zijn cleane vocals uit de stembanden perst, het klinkt allemaal bijzonder overtuigend en het concert vliegt dan ook voorbij zonder een moment te vervelen. Sterke prestatie.

Voor Wolvennest verplaats ik me naar de klapstoelen achteraan in de zaal. Het Belgische collectief wist mij al bijzonder te raken met hun albums en ik wil dan ook optimaal genieten van de volstrekt eigenzinnige mix van black metal, ambient, krautrock, psychedelica en neofolk. De Brusselse roedel is een verzameling van muzikanten met een ruime ervaring en diverse achtergrond die in Wolvennest het vehikel hebben gevonden om al hun invloeden, interesses en creativiteit in uit te storten. Het levert een bijzonder hypnotiserend geheel op en ik betrap mezelf erop dat ik het concert meer met de ogen dicht dan open onderga, opgesloten in de heel eigen bezwerende wereld die Wolvennest weet te scheppen. Wie de ogen wel opent kan ook volop genieten van de videoprojecties die de muziek ondersteunen. Zangers Sharon Schrievers (Shazzula) is de gedroomde frontvrouw, zowel vocaal als visueel is ze een sirene (de waternimf, niet die van de brandweer) die de luisteraar betovert en bezweert. Wanneer mijn persoonlijke favoriet Ritual Lovers  de revue passeert hou ik het niet meer droog. Ongetwijfeld één van de hoogtepunten van ATLC.

Het is ondankbaar, zelfs voor een ervaren en gerespecteerde band als The Ruins Of Beverast, om na zo’n sterk optreden het podium te moeten betreden maar het Duitse collectief neemt het podium zelfverzekerd in. De mix van black metal en doom wordt met ware doodsverachting in het gezicht van de aanwezigen gegooid. De droomwereld die Wolvennest zorgvuldig had opgebouwd wordt vakkundig aan stukken gescheurd tot een apocalyptische nachtmerrie. Waar de vorige band nog baadde in een sfeer van vampiristische erotiek serveert men ons nu de soundtrack van het voorportaal van de hel. Opdracht volbracht.

De stoner/doom van Saturnalia Temple lijkt op papier een mismatch met de andere bands op de affiche maar de Zweden weten met een sjamanistische set perfect de atmosfeer van het festival te vatten. Zelf wordt ik er niet meteen warm of koud van maar niemand kan ontkennen dat deze band zeker een plaats heeft op de affiche, al had Wolvennest vandaag misschien een betere afsluiter geweest.

Dag 3

Vanaf vandaag is Magasin 4 de pleisterplaats voor de in zwart leer gehulde medemens. De zaal straalt een totaal andere atmosfeer uit en dat vereist een beetje aanpassing. Opener The Dead Creed heeft de ondankbare taak om het -letterlijk- koude publiek op te warmen. Niet eenvoudig wanneer je akoestische muziek speelt. Jawel, ATLC schrikt niet terug voor experimentele zijsprongen en dit Griekse fenomeen is daar één van de levende bewijzen van. Grieks mastermind Thomas omschrijft de muziek zelf als ‘Catacomb Blues’ en dat is bij nader inzien een term waar geen enkele van mijn hersenspinsels tegenop kan. Dapper, zowel van de artiest als van de organisatie om dit te programmeren.

Wat dan volgt is zo mogelijk nog opmerkelijker. We zijn ondertussen al wat excentriciteiten gewend van de programmatoren maar het Belgische Terrifiant is wel heel andere koek dan we tot nu toe gewend gemaakt zijn. De old school speedmetal/thrash in het straatje van Evil Invaders wijkt zo af van de rest van het programma dat het maar twee dingen kan betekenen: ofwel een bewuste keuze om het publiek wat op adem te laten komen ofwel een soort inside joke om de algehele sérieux van ATLC te breken. In ieder geval vind ik het wel amusant en afgaande op de publieksreacties ben ik niet de enige. Eén van de muzikanten lijkt trouwens als twee druppels water op Derek Smalls van Spinal Tap wat nog bijdraagt aan de pret. Maar zelfs bij Terrifiant blijft het publiek gedisciplineerd ter plaatse headbangen, moshen is blijkbaar nog steeds verboden onder black metaladepten.

Met Kringa gaan we weer gewoon over tot de orde van de dag: zwart tot we iets donkerder gevonden hebben. De Oostenrijkers spreiden net zoals Nexul op dag 1 een overholen bewondering tentoon voor de rauwe sound van de begindagen van black metal. De gelijkenis met Mayhem ten tijde van ‘De Mysteriis Dom Sathanas’ zijn opvallend. Kringa breit daar bovendien nog een rafelig crust/punk randje. Ideale muziek om aan een leek uit te leggen hoe ‘underground’ klinkt.

Eigenlijk zou ik onder de aarde moeten kruipen van schaamte want met Lvthn betreedt een Belgische band het podium waarvan ik letterlijk nog nooit gehoord heb. Als verzachtende omstandigheid kan ik er wel bij vermelden dat de band zelf ook alle moeite doet om zich te hullen in mysterie en anonimiteit. Na vandaag ben ik echter op slag een aanhanger van hun kerk, een kerk die een bijzondere voorkeur heeft voor arachniden. Op het eerste gehoor klinkt Lvthn als een standaard black metalband die de aloude recepten nog maar eens heruitvindt maar door nu en dan om te schakelen naar verrassend aanstekelijk black ’n roll houden ze het fris. Speciale vermelding overigens voor de basspeler, een rol die vaak onderschat en ondergewaardeerd wordt maar die bij deze band echt wel het verschil uitmaakt tussen het hoofd boven of onder het maaiveld. Fijn weetje: bij aankoop van de EP The Spider Goddess krijg je zowaar een spinnenhuid cadeau, het moet niet altijd een sticker zijn.

We hebben deze vrijdag al een paar bijzondere dingen gezien en dan moet Blue Hummingbird On The Left nog komen. De opmerkelijke -op het eerste gezicht weinig trve & cvlt- bandnaam schijnt trouwens een letterlijke vertaling te zijn van de naam van een Azteekse god. Maar naast de naam is ook de muziek een bijzonder verhaal. De zwaar naar Blasphemy neigende war metal wordt van vocalen voorzien door een frontman die klinkt als een gure noorderwind die door een verlaten steeg huilt. Op gepaste momenten wordt naar een benen fluit gegrepen om de muziek van een extra Inca-tintje te voorzien en nu en dan passeert een ritme dat zo uit het regenwoud ontsnapt lijkt. Geen makkelijke luisterbeurt in elk geval en nadien zijn ook de reacties in het publiek gemengd. Een dame met zwaar Londens accent vat het krachtig samen: “that was either mad or genius.”

Geniaal is Svartidaudi alvast wel, althans op plaat. De Ijslanders zijn één van de grotere namen op de affiche en een voelbare verwachting hangt in de zaal. Maar wat een afknapper! Het geluid in Magasin 4 is al heel de dag van een -op z’n best- gemiddeld niveau maar wat er tijdens het eerste nummer van Svartidaudi gebeurt is werkelijk om te janken. Een schelle, onuitstaanbare fluittoon scheurt door boxen en trommelvliezen. Aanwezigen lopen met bedekte oren de zaal uit en de rokers buiten worden bijna onder de voet gelopen door mensen die soelaas zoeken voor hun gepijnigde gehoororganen. Vreemd genoeg lijkt de band zelf dit in eerste instantie niet door te hebben en wordt het eerste nummer bijna volledig afgewerkt, misschien hebben de kappen op het hoofd er iets mee te maken. Gelukkig wordt het euvel daarna hersteld en kunnen we alsnog genieten van de epische black metal waar Ijsland een patent op lijkt te hebben. Doodjammer van de valse start, anders konden we spreken van een topprestatie.

Over epiek gesproken! Mgla kwam, zag en overwon. Hoezeer ik ook een liefhebber ben van Nergal en zijn kornuiten in Behemoth, Mgla zal altijd mijn favoriete Poolse black metalband blijven. Enkel (black) metalfans begrijpen hoe er schoonheid en melodie kan verscholen liggen in een op het eerste gehoor furieuze geluidsstorm en Mgla is daar één van de meest treffende voorbeelden van. Gezegend met het beste geluid van de dag leiden ze hun volgelingen door een verwoestende trip van gedragen riffs en metronomisch drumwerk. Exercises In Futility IV en V, With Hearts Toward None VII, Groza III, … het ene hoogtepunt volgt na het andere. Mgla is vandaag gewoon een klasse te sterk voor de concurrentie en niemand maalt erom dat we ondertussen ver voorbij het voorziene einduur beland zijn. Met voorsprong het sterkste en meest beklijvende optreden van deze vierdaagse. Nog voor ik huiswaarts keer heb ik al tickets besteld voor hun geplande passage in Kortrijk en ik vermoed dat ik daarmee niet de enige ben.

Dag 4

Het einde van de uitputtingsslag komt stilaan in zicht, de vermoeidheid begint stilaan zijn tol te eisen en daar heeft de organisatie rekening mee gehouden want met eenmansband Mongolito wordt de slotdag rustig ingezet. Mongolito alias Marc De Backer (Wolvennest, Dog Eat Dog, Muck Pup, …) schildert met zijn elektrische gitaar fraaie atmosferische taferelen. Gezeten tussen kandelaars, vlak met zijn neus op het publiek schudt de man met karakteristieke hoed de ene indrukwekkende melodie na de andere uit zijn instrument. Het zal één lange intro blijken op het geweld dat op het punt staat uit te barsten.

Afgaande op de vele patches en T-shirts zijn nogal wat aanwezigen verlekkerd op wat het Nederlandse Urfaust voor hen in petto heeft. De atmosferische black metal/ambient met cleane vocalen van het duo is duidelijk geïnspireerd door Bathory’s One Rode To Asa Bay en schildert mistige landschappen voor het geestesoog. De intimistische sfeer wordt slechts sporadisch met ijselijk gekrijs onderbroken. Op plaat weet Urfaust zeker te boeien maar voor een volledige live set is het materiaal toch net iets te eenvormig. Muzikaal valt er absoluut niets op af te dingen maar iets meer dynamiek zou zeker welkom zijn.

Na deze twee eerder intimistische optredens voelt de set van het Noorse Ritual Death aan als een vuistslag in het gezicht. De relatief korte black/death erupties jakkeren lekker voort en laten bijzonder weinig ademruimte. De sfeer van genadeloze agressie wordt nog versterkt door het bloedrode licht waarin het podium gedurende heel het optreden baadt en de bijzondere ‘schedelhelm’ van frontman Luctus. Ritual Death is de wake-up call die deze laatste dag broodnodig had.

Pseudogod zet daarna de woeste lijn gewoon door. Recht van de Russische steppen buldert deze doodsmachine door Magasin 4. Van alle bands die op ATLC de revue passeerden is dit degene die het meest aansluit bij zuivere death metal zij het -off corpse- met een satanisch trekje. Bij momenten doet het mij zelfs denken aan het oudere werk van Immolation. Aan sfeerschepping doet Pseudogod niet, rammen en verwoesten is hun missie. En hoe vreemd dat ook mag klinken, dat voelt aan als een verademing.

Voor Possession is Magasin 4 verre van een onbekende plaats, de band speelt zo goed als een thuismatch vandaag maar wie dacht dat ze het dus relaxed kunnen aanpakken vergist zich deerlijk. Het Brussels collectief vlamt door de setlist alsof hun leven daarbij op het spel staat. De band staat te boek als black metal maar dat zou een te beperkte definitie zijn, de tempowisselingen en soms verrassend aanstekelijke riffs hebben bij momenten evenveel gemeen met Zweedse melodieuze death metal als met het sinistere broertje ervan. Possession maakt vandaag geen gevangenen en frontman V. Viriakh beweegt zich als een zombie op speed over het podium om zowel zijn bandleden als het publiek op te zwepen. Wanneer de heren na drie kwartier het podium achter zich laten doen ze dat in de wetenschap dat niemand vandaag een betere prestatie heeft neergezet.

De underground is een zeer diverse maar soms ook verrassend kleine wereld waarin het ‘ons kent ons’ principe nog hoog in het vaandel wordt gehouden. Verschillende muzikanten beklimmen deze vierdaagse in meerdere gedaanten het podium en de onderlinge incestueuze relaties zijn enkel met een flink bordschema in kaart te brengen. Volahn bijvoorbeeld heeft een sterke link met Blue Hummingbird on The Left. Beide bands zijn lid van de mysterieuze Black Twilight Circle, een collectief van Californische black metalbands en een soort verre echo van de infame Noorse Svarte Sirkel. Waar bij BHOTL nog ruimte was voor experimenten en bizarre zijsprongetjes is Volahn in de eerste plaats het instrument van de gelijknamige frontman om zijn haat over de wereld te spuwen. De gal stroomt door de speakers en subtiliteit is geen optie. Deze roerganger is trouwens zo’n indrukwekkend figuur dat je hem het best kunt beschrijven aan de hand het aantal vierkante meters die zijn fysiek op deze wereld inneemt, door de disproportionele verhoudingen lijkt de gitaar die hij heeft omgord wel op een banjo.

Aan de Zwitsers van Darkspace de eer om deze editie van ATLC van een gepast slotakkoord te voorzien. Bij de vorige vier bands kregen we een flink pak rammel maar  de gedragen black metal/ambient van Darkspace smeert wat zalf op de wonden. De pulserende ritmes en soms bizarre vocals scheppen het beeld van een immense kille leegte, een zwart gat dat op het punt staat de aarde te verzwelgen. Darkspace kan rekenen op een glashelder geluid waardoor hun duistere polsslag bijzonder efficiënt binnenkomt. Wanneer de laatste riff uitsterft en de lampen opnieuw aangaan is het voor veel bezoekers ruw ontwaken. Vanaf morgen moeten we weer allen een functionerend lid van de maatschappij spelen en zal dit donkere microklimaat stilaan veranderen in stof voor herinneringen en verhalen.

Tot slot

A Thousand Lost Civilizations is een volstrekt uniek evenement. Zowel naar concept, sfeer als affiche is er niets of niemand die ook maar in de buurt komt van dit gebeuren. We zagen een paar knalprestaties van ‘gevestigde’ namen zoals het verwoestende Mgla, de muzikale mindfuck Wolvennest, het ongelukkig gestarte Svartidaudi en het vilein dampende Possession. Daarnaast is ATLC de gelegenheid bij uitstek om ontdekkingen te doen. Uw nederige dienaar 

Categorie: