Review Opeth @ AB

Datum: 
donderdag, 15 oktober, 2015

De AB kondigde Opeth aan als een subtiele pletwals van geraffineerde death metal. Wij dachten eerder aan metal voor intellectuelen. 2 uur na het optreden waren de Zweedse kruitdampen nog niet opgetrokken in de natte koude Brusselse nachtlucht. Hoe kan een obligaat ‘hongerke’ beter gestild worden dan met een mitraillette aan de Beurs? Komt ons daar een legioen Westvlaamse Opethianen vergezellen aan de feesttafel. Allen 40’ers op één disgenoot na, dat zal wel de ‘zeune’ geweest zijn.  Krijgt die plots het volgend statement te verwerken: “Opeth hé, da is genen metal… Opeth, da is klassieke muziek, maar gaat verder dan Mozart en Beethoven tope”.

Opeth is inderdaad iets uniek. Welke metalgrootheid kan volgende karakteristieken voorleggen? Ellenlange solo’s lijken verboden. Moshpits en walls of death zijn ‘not done’. De verstilde momenten die de 'progressive metal' voorzien van heel veel zuurstof zorgen steevast voor akelig beklijvende rustpunten. Je hoort een muis trippelen op de overwoekerde grafzerk in de tuin die nu eens allures krijgt van een sprookjesbos om dan weer naadloos over te gaan in een huiveringwekkend mistgordijn waarbij elke morzel grond een luguber geluid voortbrengt en ons verschrikt doet wegspringen.

Mikael Äkerfeldt zingt in de stijl van Steven Wilson als een door God gezonden aartsengel waarbij de  zeer minutieus uitgekiende ritmesectie van het trio Akkeson (gitaar), Mendez (bas) en Axenrot (drums) op het gepaste moment de engel liet begeleiden door toetsenist Svalberg. De klemtoon van het tweede deel van de set lag op de recente cd’s waardoor de gruntmaster in Äkerfeldt minder aan bod kwam dan verhoopt, en als dat dan al het geval was, stond zijn micro niet vooraan in de mix afgesteld. Altijd een instrument minder op die manier.

25 Jaar Opeth werd in 2 flinke happen verteerd. Deel 1 vormde de integrale opvoering van het onvolprezen meesterwerk 'Ghost Reveries' uit 2005. Een album dat een mix biedt van de zwaardere metal zoals elke metalhead het kent, maar dat toch zo vaak afgewisseld of resoluut afgebroken wordt door rustige momenten waardoor je soms verdweesd achterblijft. Na de eerste “piss-off” was er ruimte voor een greatest hitsronde die dus vooral plukte uit de recente albums. Geen songs dus uit het geweldige drieluik 'Orchid/Morningrise/My Arms, Your Hearse' en dus geen Demon of the fall.

Tijdens de reguliere set viel het briljante The Baying of the Hounds weer op met de sublieme tempowissels, de breaks en de zinderende finale met de doodsrochels. Kippenvel. Maar zoals al vermeld stond de microfoon van het heerschap Äkerfeldt iets te stil, waardoor zijn fantastische grunts niet goed genoeg eruit sprongen. Een beetje jammer voor ook de magistrale nummers Ghost of Perdition en The Grand Conjuration. De rekwisieten op het podium waren volledig in de stijl van de plaat en de mystieke bijwijlen sacrale gloed zorgde voor een niet aflatend spanningsveld wat op zich al verwonderlijk is gezien het voorspelbare karakter van dergelijke set. Reverie/Harlequin Forest zorgde voor een collectief moment van opperste extase wat bij het ongeëvenaarde The Grand Conjuration een lawine van gebalde vuisten veroorzaakte. We waren getuige van een band die op kruissnelheid dood en verderf kon zaaien…. Maar het net niet deed.

Al de hele avond bekroop ons het onbehaaglijk gevoel dat de AB last had van overcapaciteit. Het was afschuwelijk druk en beklemmend, maar lag dat niet aan de muziek? The Drapery Falls was zo een angstaanjagend moment. Een oudere man die in een kamer van een oud kasteel bij een insijpelend maanlicht het glas heft en kijkt naar een lege stoel zette de toon.

De vaart werd niet alleen even uit het optreden gehaald door het gebrek aan gruntmomenten of oudere songs, maar ook door een te lang spelletje dat Äckerfeldt speelde met het publiek. Nummers van Pink Floyd en Deep Purple inzetten is even leuk, maar hier duurde dit te lang.

Was het sulfer, angstzweet of stond er naast ons iemand te rotten? Moeilijk te zeggen, maar de akelige beelden werden vermengd met kwalijke geuren uit de opeengepakte massa.  We konden letterlijk de duisternis voelen. ‘’We all felt the dark’’.

Desondanks werd het optreden op grandioze manier afgesloten met een ijzersterke versie van het paradepaardje van ’Watershed’, het geweldige The Lotus Eater. Snedig gebracht, ijzersterke prestatie hier van Akkeson. De geplande 3,5 uur werd met een half uur ingekort, maar dit drukte de pret niet. Opeth was hard en goed, zeker de songs van ‘Pale Communion’ klonken een pak zwaarder dan op plaat (Cusp of Eternity)  maar niet onvergetelijk. ”The demon was standing in the mist, but wasn’t the demon of the fall”.

Bekijk ook het fotoverslag.

Tags: 
Categorie: